gototopgototop
PDF Afdrukken E-mailadres

Mari van Genugten schrijft voor het blad 'Boerderij' onder rubriek 'Varkenshouderij' de column "'Bouwen':

 

Mari van Genugten

Terug

Columns tot 26 / 3 / 2007

Mari van Genugten schrijft voor het blad "Varkenshouderij" de column "Bouwen":

26-03-07 Bureaucratie ten top in oost Europa
07-02-07 In Rusland groot tekort aan varkens
29-01-07 Op naar de 30 biggen per zeug
27-11-06 Nieuwe ontwikkelingen op Eurotier
02-10-06 Een vliegende start bij bouw nieuwe biggenstal
24-07-06 De Amerikanen blijven je verbazen
14-04-06 Een inbraak is niet te voorkomen
20-02-06 Buitenlandse stage: een onvergetelijke ervaring

 


Bureaucratie ten top in oost Europa
De afgelopen week was vrij hectisch. Veel problemen met ambtenaren bij de bouw van onze nieuwe biggenstal, zeer negatieve publiciteit in Duitsland, een bezoek aan klanten in Hongarije, de afwerking van een order voor de renovatie van een groot varkensbedrijf, een interessante voorjaarsvergadering van de EPP en een geslaagde opendeurdag bij een Belgische klant.
In Hongarije werd ik gastvrij ontvangen door een Nederlander die na het ineenvallen van het communisme naar Hongarije geëmigreerd is. Hij heeft er een waar imperium opgebouwd in de vee- en varkenshandel en de veehouderij. Verder was ik bij een klant die door overdreven bureaucratie veel vertraging ondervind bij de ingebruikname van zijn nieuwe varkensbedrijf.
De centrale ligging binnen Europa en de lage loonkosten (€ 3 – € 6/uur) maken het voor veel bedrijven interessant om in Hongarije te investeren. Bedrijven als Nokia en Bridgstone hebben er hun belangrijkste Europese fabrieken gevestigd. Diezelfde voordelen zie ik ook voor de varkenshouderij. Daar komt nog bij dat Hongarije over een zeer groot areaal goede landbouwgrond beschikt, waardoor relatief goedkoop graan en lage mestafzetkosten voor de toekomst zeker gesteld zijn.
Toch moeten varkenshouders die in Hongarije een bedrijf willen beginnen uiterst voorzichtig zijn. Er is namelijk in zijn geheel geen infrastructuur voor deze sector. En dan bedoel ik niet de wegen, deze zijn prima, maar alles wat verder nodig is: goede concurrerende en betrouwbare voerfabrieken en slachterijen, dierenartsen, ervaren gemotiveerd personeel, deskundige adviesbureau’s en overige bedrijven die in onze sector zo belangrijk zijn. Ook zijn er weinig tot geen banken die de deskundigheid en bereidheid hebben om een varkenshouder te financieren. Het grootste probleem is nog dat er bij de overheid geen kennis is over het verlenen en controleren van de benodigde vergunningen die ook aan alle EU-eisen moeten voldoen. Zonder directe kontakten op hoog niveau ben je als het ware vogelvrij. Onwetende ambtenaren stellen onzinnige eisen. Ook ruiken veel plaatselijke mensen geld als er een investeerder in de buurt komt en zullen alles doen om er een graantje van mee te pikken. Genoeg reden om voorzichtig te beginnen.

 


In Rusland groot tekort aan varkens

We hebben inmiddels al verschillende aanvragen gekregen voor de bouw of levering van materiaal voor varkensbedrijven in Rusland en de Oekraïne.
Er wordt altijd gesproken via een tolk. Meestal zijn het grotere bedrijven uit de vleessector. Er wordt ook niet gesproken over een gewoon varkensbedrijf zoals wij dit kennen maar meer in de richting van 40.000 zeugen gesloten of een jaarproductie van 20.000 ton of iets dergelijks. Ik vind zoiets altijd leuk om te horen. Dergelijke mensen hebben meestal geen enkel verstand van varkens houden en dan zijn dergelijke getallen snel opgeschreven.
Vorig jaar kwam er een Duitssprekende Russische ondernemer bij ons voor een ombouwplan van een rundveebedrijf naar 10.000 vleesvarkens. Omdat wij nogal wat ervaring met dergelijke projecten hebben en ik met de eigenaar zelf goed kon spreken, hebben we voor hem een offerte gemaakt. Onlangs belde hij me op om de offerte nog eens te bespreken. Verder vertelde hij dat er bij hem in de buurt een groot staatsbedrijf stond wat ook renovatieplannen had. Twee klanten leek mij de moeite waard en zo ben onlangs naar Rusland gevlogen om de offerte met mijn klant te bespreken en het nieuwe project te bezoeken. Mijn klant had offertes liggen van bijna alle aanbieders in Europa. Hij had werkelijk overal prijzen opgevraagd. En omdat in Rusland iedereen vooruit moet betalen en de klanten weinig verstand hebben van de varkenshouderij, worden er de goedkoopste materialen aangeboden.
Een voorbeeld, normaal plannen wij 15 - 20 vleesvarkens per hok. Om bouwkundige redenen had ik bij hem al 26 varkens per hok gepland. Mijn inrichting was te duur, andere planden 36 varkens per hok. En dan vraagt hij aan mij of dit ook kan. Voeren kan ook goedkoop, met droogvoerautomaten, een paar silo’s en spiralen, kost dit nog geen € 8,- per plaats.
Het tweede project is een oud staatsbedrijf, wat gerenoveerd kan worden naar 8000 zeugen en 55.000 vleesvarkens. Er is een complete zuiveringsinstallatie aanwezig om de mest te zuiveren en het water in de rivier te lozen: Gebouwd in 1973 !!!. Rusland produceert minder dan 17 milj. varkens en heeft invoer van varkensvlees stekt beperkt om de eigen producties te stimuleren waardoor de opbrengstprijs nu ongeveer € 0,80 / kg meer is dan bij ons. Verder zijn er in de omgeving geen andere bedrijven en grote steden met veel vraag naar vlees. Dit biedt voor een enthousiaste ondernemer mogelijkheden. Dus als er iemand is die wel van avontuur houdt, kan hij altijd contact met mij opnemen.


Op naar de 30 biggen per zeug
Nu 25 biggen per zeug zo ongeveer wel de standaard is, Moeten we ons richten op het volgende doel, 30 gespeende biggen per zeug per jaar.
Ik sprak een tijdje geleden met een Duitse collega die ervaring had met Deense zeugen. Hij was zeer enthousiast, hij had 35 Deense zeugen in zijn stal met 900 Duitse zeugen. Deze zeugen produceerden na de eerste worp al 30 biggen per zeug.
Een aantal weken geleden is onze bedrijfsleider naar de Agromekbeurs in Denemarken geweest. Ook heeft hij daar enkele varkensbedrijven bezocht. Ook mijn Duitse collega had deze bedrijven bezocht. Hij was nu nog enthousiaster; 31 gespeende biggen per zeug was gemakkelijk mogelijk. Onze bedrijfsleider was kritischer. De Deense fokkerij is hoofdzakelijk gericht op het totaal aantal geboren biggen. De Deense zeugen werpen 15,8 biggen per worp, 13,6 levend, maar de kwaliteit is gemiddeld. Bij de beste SPF bedrijven is het uitvalpercentage ongeveer 11 %, niet slecht bij zoveel geboren biggen. De zeugen hebben echter wel veel moeite met deze hoge productie, vervangingspercentages van 55 tot 75 % zijn gebruikelijk. Omdat de biggen te weinig vitaliteit van de zeug meekrijgen zijn ze genoodzaakt om Duroc kruisingsbiggen te produceren. Deze biggen brengen op de Duitse markt, vanwege de lagere vleeskwaliteit, € 8,- tot € 10,- minder op dan onze biggen. Een niet onbeduidend verschil.
Dus voorlopig geen Deense zeugen voor ons. Wij gaan door zoals we bezig waren. We richten ons op aantal gespeende biggen en ook op de kwaliteit van de biggen. Elke gespeende toom voor de fokkerij wordt op kwaliteit beoordeeld. Verder richten we ons op de spermakwaliteit. We betalen meer voor sperma met 2,8 tot 3 mlj. cellen en krijgen het verser aangevoerd. We streven naar meer dan 13 levend geboren biggen, minder dan 10% uitval en een worpindex van 2,5. En dit bij een goede kwaliteit van de biggen en 40 tot 45 % vervanging van de zeugen. Later spenen geeft meer levend geboren biggen van een hogere kwaliteit, maar verlaagd de worpindex. We proberen dit momenteel op een bedrijf uit om meer ervaring te krijgen met de optimale speenleeftijd.


Nieuwe ontwikkelingen op Eurotier
Wie de nieuwste ontwikkelingen in onze sector wil volgende moest naar Eurotier in Hannover. Deze beurs, die als Huhn und Schwein is begonnen, moest het doen zonder Huhn. De pluimveesector deed deze keer niet mee. Voor ons geen probleem. De VIV kunnen we inmiddels wel vergeten, de volgende VIV komt niet voor 2010.
Ter ondersteuning van onze exportafdeling, hadden we dit jaar een kleine stand op deze beurs. Na een weekje op deze beurs aanwezig te zijn geweest krijg je toch wat meer gevoel voor de trends en tendensen in onze sector. Op het gebied van de brijvoerinstallaties, toonden alle leveranciers hun systemen aangepast aan de hogere hygiëne eisen die in de toekomst aan de voerinstallaties gesteld worden. RVS mengtanks met een kractige reinigingsinstallatie, zuurinjectiesystemen en UV verlichting moeten ervoor zorgen dat het kiemgehalte in het voer zo laag mogelijk blijft. In de toekomst zullen de voerinstallaties zeker op hygiëne gecontroleerd worden. Voor de reiniging van droogvoersystemen zijn speciale borstels leverbaar die in de voerketting gemonteerd kunnen worden.
Ik vindt het mooi dat er op deze beurs altijd varkens aanwezig zijn. Een paar zeugen met een mooie toom biggen en een paar hokken met gelten kijkt altijd wel mooi.
Het opvallends vond ik de grote hal, bijna volledig gevuld met toeleverende bedrijven voor de bio-energiesector. Onvoorstelbaar hoe deze sector in een paar jaar gegroeid is. Er waren diverse aanbieders van zaadoliepersen. Met een kleine relatief eenvoudige installatie kun je zelf uit koolzaad biodiesel maken voor rond de € 0,45 per liter. Met een kleine aanpassing lopen vrachtwagens en trekkers er prima op. Er is een ruime keuze uit leveranciers van biogasinstallaties. Ook worden er inmiddels diverse energiemaisrassen ontwikkeld, want zoals u weet, draait een biogasinstallatie pas goed met veel snijmais. Ook wij oriënteren ons al langer op de bouw van een biogasinstallatie. Omdat onze stallen zeer energiezuinig zijn, kunnen we de warmte niet allemaal kwijt in de stal. Ik ben daarom al lang op zoek naar een systeem om de warmte van de motor beter te kunnen benutten. Dit zou kunnen met een sterlingmoter die op warmte loopt. Frits Philips heeft jarenlang geprobeerd deze motor commercieel te ontwikkelen. Tot mijn verbazing zag ik een kleine sterlingmotor van 17 kw. En wat zag ik toen ik op het typeplaatje keek: Made in China. Eigenlijks niets nieuws, maar toch.


Column: Een vliegende start bij bouw nieuwe biggenstal
Precies 5 jaar geleden hebben wij besloten een van onze zeugenbedrijven in Duitsland met 800 zeugen uit te breiden en op een andere locatie een nieuwe biggenopfokstal te bouwen. In overleg met enkel gemeenten in de buurt zijn we op zoek gegaan naar een geschikte locatie. Dit heeft samen met de vergunningaanvraag in totaal 3 jaar tot september 2004. Na diverse aanpassingen e.d. is de vergunning in oktober 2005 verleend. In verband met een lopende subsidieaanvraag, bleek dat er voor de verbouwing van het zeugenbedrijf nog zeugenrechten gekocht moesten worden. Dit heeft nog tot eind augustus geduurd zodat we nu pas met de bouw zijn kunnen beginnen.
Wij zijn verantwoordelijk voor de bouw van het complete project. En als je in september bij een mooi zonnetje met het grondwerk begint en denkt aan de naderende winter, wil je de gehele stal eigenlijk direct klaar hebben. Alles wat we in het begin van een bouwproject nodig hebben, halen we uit de omgeving van het bedrijf: Grondwerk, beton, bouwstaal, waterbron, elektra-aansluiting enz. We beginnen altijd met alles te bouwen wat niets met de stal te maken heeft: erfverharding, mestopvangput, mestlaadplaats, ontsmettingsbak, waterbron, de regenwateropvang voor de brandweer en natuurlijk de opslagplaats voor de bouwmaterialen. Dit alles is nu al klaar. Ik weet dat het niet gebruikelijk is de erfverharding e.d. eerst te maken, maar wij hebben er zeer goede ervaring mee. Wij maken de erfverharding van beton en misschien iets sterker dan noodzakelijk zodat het bouwverkeer er gedurende de bouw zonder problemen overheen kan. Als de erfverharding het bouwverkeer niet af zou kunnen zou deze voor het vrachtverkeer bij het bedrijf immers ook veel te zwak zijn. Het grote voordeel is dat er nog geen verkeer is. De erfverharding achteraf maken is veel moeilijker. De dieren liggen er meestal al in zodat rekening gehouden moet worden met het vrachtverkeer en de nog uit te voeren bouwwerkzaamheden.
De problemen beginnen ook meteen, direct na de aanvoer van betonmatten, waren deze ‘s nachts al direct weggehaald. Ook hebben we direct al een probleem met de ambtenaren omdat de tekeningen voor de vergunning voor de inrit niet in orde waren. Gelukkig hebben we een tijdelijke vergunning gekregen. U kunt de actuele stand van dit projekt zien op onze webside: www.genugten-agri.nl, onder varkensbedrijven/Wannewitz


Column: De Amerikanen blijven je verbazen
Naar aanleiding van een aantal internationale projecten, was ik onlangs in de VS te gast bij onder andere de grootste stalinrichter ter wereld. In de VS is alles great, zo ook dit bedrijf. Het bedrijf heeft de productiecapaciteit om jaarlijks materiaal voor de inrichting van varkensstallen te leveren voor 200.000 zeugenplaatsen met bijbehorende vleesvarkenplaatsen. Dit leek me een beetje overdreven, maar toch. 10 jaar geleden heb ik me ook al eens verdiept in de Amerikaanse manier van varkenshouden en een ding is zeker, deze is op geen enkel punt veranderd. Amerikanen zijn niet zo voor veranderen. Het concept bij alle stallen is eenvoudig: Lange stallen met aan de zijkanten gordijnen voor noodventilatie en aan de achterkant grote ventilatoren. Voor in de stal links en recht luchtinlaten in de zijwanden, al dan niet voorzien van coolpads. De lucht wordt met grote snelheid door de lengte van de stal gezogen. Dit systeem wordt bij ons bij kuikenstallen toegepast. Omdat de lucht in de lengterichting stroomt, zijn alle hokafscheidingswanden geheel open. Deze wanden inclusief de zeugenboxen, zijn gemaakt van massief ijzeren staven. En daar waar wij met ventilatiespecialisten en rookproeven op zoek zijn naar het kleinste lek in de stal, hangen de Amerikanen slingers aan de hekken om aan te tonen dat het op dierniveau waait en dus de ventilatie goed is. Ik heb nog een poging gewaagd om ons ventilatieplafond te promoten, maar daar zag mijn gastheer niets in. Ook in gedeeltelijk dichte kunststof wanden bij de stalinrichting zag hij niets. Hij geloofde niet dat de lucht via het plafond daadwerkelijk bij de dieren komt.
99,6 % van de dieren wordt met een droogvoerbak en een losse nippel gevoerd. Brijvoer komt niet voor en contact van water en voer is uit den boze. Een brijvoerbak zul je dan ook niet zien. Er worden nog veel dieren op de grond gevoerd, vooral de gelten om de berigheid te stimuleren. Alle kraamzeugen worden 6 tot 7 maal per dag met de hand gevoerd.
De balkjes van de betonroosters hebben een breedte van ongeveer 12 cm en een sluifbreedte van 2,5 cm. Op deze roosters leggen ze een rubberen mat en zetten zo gespeende biggen van 6,5 kg in de stallen. De varkens blijven dan in de stallen tot ze het slachtgewicht bereikt hebben. Ook bij deze kleine biggen jagen ze de lucht met hoge snelheid over de dieren. (Bij teveel tekst, deze alinea weg)
Toch doen wij het misschien wel verkeerd, zij kunnen voor rond de 80 ct/kg geslacht gewicht een varken produceren !!!


Column: Een inbraak is niet te voorkomen
Bij ons thuis is vroeger een keer ingebroken. Iets wat je nooit vergeet. Bij ons in de buurt is bij iedereen al meerdere keren ingebroken. Ik geef direct toe dat ik er altijd bang voor geweest ben. Ik ben regelmatig in het buitenland en ik moet er niet aan denken dat er bij ons thuis ingebroken wordt. We hebben dan ook extra sloten op de deuren, een hekwerk rond ons terrein en twee honden binnen liggen.
Bij ons nieuwe bedrijf ben ik nog verder gegaan en heb ik een gracht rond het bedrijf aangelegd. Verder hebben we het bedrijf voorzien van automatische verlichting en een goede alarminstallatie. Tot voor twee weken was het geluk aan onze zijde. Bij alle bedrijven op het industrieterrein is minsten een of twee keer ingebroken en bij ons nog nooit, tot ik op vrijdag avond om kwart over tien een telefoontje kreeg, dat er een verdachte auto bij de achterdeur stond. Ik ben direct in de auto gestapt en ik was er binnen 3 minuten. Ik zag de auto met de open achterklep bij de achterdeur staan. Er rende direct iemand weg naar de voorkant van ons pand. Ik zette mijn auto ervoor, zodat hij niet weg kon en begon de politie te bellen. Toen ik opkeek schrok ik (licht uitgedrukt) Er kwam 4 man op mijn auto af, een man trok aan mijn deur die gelukkig automatisch op slot was gegaan en de andere sloeg met een koevoet van zeker 1,2 mtr door mijn voorruit. Het enige wat ik toen wilde was snel achteruit rijden.
De inbrekers reden zonder licht vol gas weg.
Ze hadden met de koevoet alle aluminium puien kapot gebroken en waren door de voordeur binnen gekomen. Alle computers (door mij aan de bureaus vastgeschroefd) waren losgebroken en bij elkaar gezet. Verder hadden ze de deur naar het magazijn (die ook normaal te openen is) eruit gebroken. Aan alles was te zien dat er enorm veel geweld gebruikt was. Na van de schrik bekomen te zijn kon de schade opgemaakt worden: slecht 1 computer weg (van de 10) marktwaarde ongeveer € 50,- en een totale schade aan apparatuur en pand van ruim € 10.000,- Ondertussen vergaderen we over de beveiliging van het industrieterrein middels camera’s. Allemaal nutteloos. De schurken zorgen wel dat ze onherkenbaar zijn in gestolen auto’s. Het enige wat we kunnen doen is, proberen er mee te leven en ervoor te zorgen dat de backup (2 x) van onze bedrijfsadministratie goed geregeld is. De rest is voor de verzekering.


Column: Buitenlandse stage: een onvergetelijke ervaring
Het is nu precies 25 jaar geleden dat ik me voorbereide op mijn buitenlandse stage. Al vanaf het eerste jaar van mijn studie aan de HAS in Den Bosch was het duidelijk dat ik een stage in het buitenland wilde doen. Er was veel belangstelling voor Canada. Er waren echter maar 4 plaatsen beschikbaar. De stageplaatsen werden vergeven aan diegene die het eerste een stageplaats geregeld hadden. Dit was voor mij geen probleem, al een half jaar geleden had ik een stageplaats besproken bij een varkenshouder bij ons in de buurt die naar Canada geëmigreerd was. Ik was dus zeker van mijn plaats. Ik heb er een prachtige tijd gehad; het land bewerkt, een stal helpen bouwen en de eerste gelten aagedekt. Ook heb ik veel rondgereden in het mooie heuvelige landschap van zuid Ontario.
Ook de reis met vriendin en vrienden na mijn stage, van de romantische Niagara watervallen in het oosten naar Los Angeles in het westen is onvergetelijk.
Dit jaar is het tijd voor onze oudste zoon om op stage te gaan. Hij studeert ook aan de HAS in Den Bosch. Nu is een buitenlandse stage verplicht. Hij studeert bedrijfseconomie en is het meest geïnteresseerd in een stageplaats in Amerika. We hebben de mogelijkheden besproken. En als we het over Amerika hebben, verbaast me hun onbegrensd optimisme telkens weer. De droom dat alles mogelijk is leeft bij iedereen.
En met dit optimisme in gedachte, heb ik tegen mijn zoon gezegd dat hij een stage moet regelen bij het grootste bedrijf ter wereld in onze sector: Smithfield, met dochterbedrijf Murphy-brown (857.000 zeugen gesloten). Hij heeft dit bedrijf een uitgebreid boekwerk gestuurd over zijn kwaliteiten. Als zekerheid heeft hij ook nog een tiental andere grote Amerikaanse varkensintegraties benaderd. Het is zeer moeilijk bij een dergelijk groot bedrijf binnen te komen zonder connecties en al helemaal als dit bedrijf geen ervaring heeft met Nederlandse stagiaires. Na maanden van overleg en de hulp van de stichting uitwisseling en de universiteit van Ohio is het deze week dan toch gelukt: hij krijgt een stageplaats bij Murphy-Brown. Nu de rest van zijn American-dream nog.

 

 

 

Meer columns