gototopgototop
PDF Afdrukken E-mailadres

Mari van Genugten schrijft voor het blad 'Boerderij' onder rubriek 'Varkenshouderij' de column "'Bouwen':

 

Mari van Genugten

14-03-08 Verlies van 13,84 per big

Ook bij ons loopt de lopende rekening de laatste maanden niet op. Integendeel, het verlies aan liquiditeit wordt steeds groter. Een verlies aan liquiditeit en bedrijfsverlies zijn niet hetzelfde. Je kunt verlies maken en toch meer geld op de lopende rekening krijgen, maar ook winst maken en een dalende lopende rekening hebben. Dit heeft alles te maken met de cashflow die onder andere weer afhankelijk is van de afschrijvingen en de aflossingen. Om enig inzicht te krijgen in hoe slecht het nu gaat, hebben we de balansen van de bedrijven geanalyseerd. Het liquiditeitstekort is voor een groot gedeelte ontstaan door de bedrijfsvergroting die we het afgelopen jaar hebben doorgevoerd. We hebben investeringen gedaan om de zeugenstapel bijna te verdubbelen. De hele financiering is gebaseerd op prijzen van 2005, toen het hele traject in gang is gezet. Het is duidelijk dat gezien de gestegen bouwkosten en voerkosten de financiering nu erg krap is. De werkelijke verliezen.

Uit de bedrijfsvoering vallen mij erg mee. Hoe is het de Nederlandse zeugenhouder vorig jaar vergaan? Hiervoor heb ik gezocht op www.lei.nl, onder BINternet-applicatie/ zeugenhouderij. Het gemiddeld aantal aanwezige zeugen op de door het LEI onderzochte bedrijven is van 2001 tot 2006 gestegen van 311 naar 409 zeugen: +31 procent. Het aantal grootgebrachte biggen is gestegen van 20,2 tot 24,7. De mestafzetkosten zijn gelijk gebleven: krap €60 per zeug. Uit de voorlopige gegevens blijkt dat de verliezen inclusief gezinsbestedingen uitgekomen zijn op –€139.800; dit is €341,80 per zeug. Bij 24,7 verkochte biggen is dit €13,84 per big. Dit verlies is allemaal gemaakt in de tweede helft van het jaar. Nederlandse zeugenhouders behoren tot de beste van de Europa. Wat moet er dan bij de andere bedrijven wel niet verloren zijn! Opvallend vind ik dat de besparingen van 2001 t/m 2007 in totaal –€85.100 zijn. De gemiddelde varkenshouder werkt dus graag voor niets. De gezinsbestedingen zijn van 2001 tot 2006 van €36.000 naar €57.900 verhoogd, van €116 per zeug naar €141 per zeug. Per big liggen deze gelijk op €5,73 per big. Deze kosten zijn ongeveer gelijk aan onze personeelskosten. Om beter vergelijkbare cijfers te krijgen zou het interessant zijn als het LEI bedrijven met minimaal één man personeel zou onderzoeken. Zoals iedereen wel weet, wordt alles anders als je het werk niet meer hoofdzakelijk zelf doet. De varkenshouder kan aan de hand van deze gegevens bepalen of groeien voor hem zinvol is.

 

 

 

Meer columns