gototopgototop
PDF Afdrukken E-mailadres

Mari van Genugten schrijft voor het blad 'Boerderij' onder rubriek 'Varkenshouderij' de column "'Bouwen':

 

columnheader


02-02-2015 Megabedrijven hebben geen toekomst

Al vele jaren richten burger groeperingen zich massaal tegen megabedrijven. De gevolgen zijn duidelijk. De bouwblokken zijn in heel Nederland gemaximaliseerd.

 

Verschillende provincies proberen extra eisen aan bedrijfsuitbreidingen te stellen. Complete nieuwbouw is waarschijnlijk niet meer mogelijk, LOG gebieden worden afgeschaft enz. Ook in Duitsland gaat het de zelfde richting op. Daar zijn de burgercampagnes sterk gericht tegen “Massentierhaltung” Het doel, minder grote veehouderijbedrijven , is in beide landen gelijk, de reden echter niet. In Nederland wil men kleinere bedrijven omdat grote bedrijven een te grote invloed hebben op het milieu en de volksgezondheid in de omgeving van de bedrijven. In Duitsland is men tegen grote veehouderijbedrijven omdat volgens hun inzicht de dieren daar niet goed verzorgd kunnen worden. Het milieu of volksgezondheid is daar een veel kleiner probleem omdat er genoeg land en plaats voor de bedrijven is. Dit heeft er toe geleidt dat Straathof heeft “moeten” besluiten een van zijn grootste zeugenbedrijven met meer dan 8000 zeugen leeg te draaien. Er zullen nog veel rechtszaken volgen voordat duidelijk is wie opdraait voor de kosten, maar het is voor mij duidelijk dat het in een keer 5-0 is voor de tegenstanders. Zowel in Duitsland als in Nederland krijgen de tegenstanders grote politieke steun. En zoals iedereen weet valt van de politiek uiteindelijk niet te winnen.


Zowel in Duitsland als Nederland eisen politieke partijen dat er grenzen komen aan de maximum bedrijfsgrootte, beide om de hierboven aangegeven verschillende redenen, maar met hetzelfde doel. En ondanks dat deskundige hier zeggen ook met een groot bedrijf de omgeving niet te zullen schaden en in Duitsland dat het ook op een groot bedrijf mogelijk is goed of zelfs beter voor de varkens te zorgen, zal de politiek uiteindelijk winnen.


Een maximale locatiegrootte, en dat dan Europees bepaald, zal zelfs voor de veehouderij uiteindelijk alleen maar voordelen bieden. Ik spreek duidelijk over locatiegrootte en niet over bedrijfsgrootte. Een groot bedrijf heeft dan verschillende locaties. Het verslechtert de concurrentiepositie van een individuele varkenshouder niet en biedt toch nog verschillende schaalgrootte mogelijkheden. Zo kan een groot bedrijf het management, voer, gezondheid, fokkerij, enz. centraal regelen voor de verschillende locaties. Uiteraard zullen de gebouwkosten per plaats en de arbeidskosten per afgeleverd dier iets hoger zijn, maar daar krijgt de omgeving en daarmee uiteindelijk ook de varkenshouder, veel voor terug. Zaak is nu nog om te bepalen wat de maximum locatieomvang moet zijn. Laten we ons daarbij maar eenvoudig weg richten op Smitfield in de USA met ca. 800.000 zeugen een redelijk groot bedrijf. Zij kiezen voor locaties van ca. 2500 zeugen of ca 10.000 vleesvarkens, nooit gesloten bedrijven. Zij doen dit weer om een heel andere reden: Diergezondheid. Iets wat hier eigenlijk ook belangrijk zou moeten zijn en waar niemand over praat.

 

Meer columns